donderdag 14 april 2016

Lichaamstaal: Attractive, so I will stare.



Wie heeft het niet gedaan, gestaard naar een mooie man of aantrekkelijke vrouw. Ik denk dat we hier allemaal wel schuldig aan zijn. Heerlijk.


Lichaamstaal: Do’s and dont’s in het buitenland.










Zlanden, zoveel talen.
Het is begrijpelijk dat niet iedereen alle talen spreekt. Maar dan heb je natuurlijk de taal die iedereen spreekt. Althans.. dat denk je. Want ook lichaamstaal is anders op te vatten, in verschillende landen, over de wereld. Wat voor jou een dagelijkse normale handeling is, zoals bijvoorbeeld je duim opsteken wanneer iets goed is, kan ergens anders opgevat worden als een enorme belediging.

Mijn vriend is de inspiratiebron voor deze blog. Buiten dat hij half Italiaans is, moet hij moet vaak reizen voor zijn werk en is al verschillende keren teruggekomen met bijzondere verhalen waar zijn lichaamstaal, of juist die van een ander, verkeerd begrepen werd. Deze blog is niet alleen een leermoment voor hem, maar hopelijk ook voor jou. Vandaag neem ik je dus mee naar het buitenland, waar lichaamstaal niets lijkt op wat wij gewend zijn als Nederlanders.

1. Italië: duwen en trekken is niet onbeschoft

De bevolking van Italië is heel emotioneel demonstratief, dus je kunt wel verwachten dat er veel op de wangen gekust wordt tussen kennissen. Ook langdurige handdrukken en innige omhelzingen tussen mannen zijn normaal. Italiaanse mannen lopen, evenals de vrouwen, gearmd. Op drukke plekken wordt duwen en trekken niet als onbeschoft beschouwd, raak daar dus niet beledigd door. De Italiaanse woordenschat van de lichaamstaal is heel uitgebreid, maar de volgende zes kunnen van nut zijn om te kennen tijdens je reis:
- Je wijs- en middelvinger opsteken, terwijl de rest van je vingers gebogen zijn, betekent: 'Wat wil je?'
- Een vuist tegen je kin aan houden, betekent: 'Wie geeft daar nou verdomme iets om?'
- Op je duim bijten, betekent: 'Loop naar de hel!'
- Op je wijsvinger bijten, betekent dat je de ander als een schande beschouwt
- Met je wijsvinger in je wang prikken, betekent dat het eten heerlijk is
- Met beide handen langs je dijen vegen, betekent: 'Je breekt mijn ballen!'

2. Rusland: schud geen handen over een drempel
Als je in Rusland bent, kun je beter eerst zorgen dat je goed en wel binnen bent voordat je je voorstelt. Handen schudden over een drempel wordt daar namelijk als een teken van pech gezien. Een interessant aspect hiervan is dat sommige pizzabezorgers weigeren om een transactie uit te voeren over de drempel. Je moet dan even naar buiten stappen of hem uitnodigen om een stapje naar binnen te zetten.

3. Frankrijk: denk aan je tafelmanieren

Zoals je wel kunt verwachten in een land dat op de proppen kwam met het woord etiquette, is het gemakkelijk voor buitenlanders om een slippertje te maken in Frankrijk. Vooral aan de eettafel nemen deze kansen drastisch toe. Om te voorkomen dat je iemand beledigt, houd je dan ook tijdens het eten je handen boven tafel en niet in je schoot. Breek je broodje in stukjes in plaats van het hele ding in je strot te duwen, maar behalve dat kun je beter voorkomen om met je handen te eten. Schil je fruit dus met een mesje en eet netjes met een vork.

4. Verenigd Koninkrijk: bestel bier met je handpalm van je af
Steek niet je wijs- en middelvinger gelijktijdig omhoog, met de palm van je hand naar je toe, in het Verenigd Koninkrijk. Dat betekent daar hetzelfde als iemand je middelvinger laten zien. Bestel in een bar dus niet twee biertjes op deze manier, maar doe dit met je handpalm van je af gericht. Dit staat voor het vredesteken en wordt niet als beledigend ervaren.

5. Marokko: raak je hart aan
Marokkaanse begroetingen kunnen wel tien minuten duren. Schud met je rechterhand en raak dan met je hand je hart aan om aan te geven dat de ontmoeting je nauw aan het hart ligt. Goede vrienden begroeten elkaar in Marokko met maximaal vier luchtkusjes, begeleid door een stroom van goede wensen: 'Hoe is het met je? Alles goed met je? Ik hoop dat het goed gaat met je ouders? Baraka (zegeningen) op hen!'

6. Nepal: stap niet over iemands benen

Het is soms onvermijdelijk in drukke steegjes, met al die mensen die op de grond zitten, maar probeer in Nepal niet over iemands uitgestrekte benen te stappen. Dat is een teken van slechte manieren. Het is wel netjes om je eigen benen in te trekken als iemand je wil passeren. Pas ook op dat je niet op het kussen van een monnik stapt als je in of nabij een tempel loopt, zelfs als er niemand op zit. En als je echt wilt integreren, moet je met de klok mee rond Stoepa's - een boeddhistisch bouwwerk dat in heel Azië te vinden is - en Chortens, de Tibetaanse variant, lopen. Dit doe je om je devotie te tonen.

7. Mexico: gooi geen geld op de toonbank
Het geld achteloos op de toonbank gooien, is in Mexico not done. Plaats het geld of je creditcard direct in de hand van degene bij wie je afrekent. Dit geldt zowel in cafés en restaurants als in hotels en winkels. Je geld op de toonbank achterlaten, kan worden geïnterpreteerd als een teken dat je die persoon niet genoeg respecteert om contact met hem te hebben.

8. Fiji: geef een liefdevolle handdruk
Handen schudden is in Fiji in de negentiende eeuw ingevoerd door de Tonga, de oorspronkelijke bewoners, en het werd al snel een gevestigde gewoonte. Een liefdevolle handdruk kan in Fiji erg lang duren en kan zich zelfs gedurende een heel gesprek voortslepen.

 9. Nieuw-Zeeland: doe de hongi

De traditionele groet van de Nieuw-Zeelandse Maori is het gelijktijdig tegen elkaar aandrukken van de neus en het voorhoofd, bekend als de hongi. De directe vertaling van het woord is geur of snuiven, maar de suggestieve beschrijving is het uitwisselen van de ha, de adem van het leven. Dergelijke begroetingen zijn gebruikelijk op de marae, de open ruimte aan de voorkant van een Maori ontmoetingshuis, zoals een kerkgebouw, waar bezoekers worden verwelkomd. Tegenwoordig vindt de hongi gelijktijdig plaats met een handdruk.

10. Japan: maak een buiging en was je voordat je gaat zwemmen

De meest voorkomende groet in Japan is de buiging. De timing, houding en beweging daarvan moet oprechtheid, respect en hoffelijkheid weerspiegelen. Een mooie buiging wordt vaak vergeleken met een rijpe rijststengel die zwaait in de wind. Hoe ouder de persoon die voor je staat is, hoe dieper het hoofd gebogen moet worden. Een verkeerde buiging verwijst naar een gebrek aan onderwijs en volwassenheid. Als je een buitenlander bent en bang bent dat je dit ritueel niet naar de juiste verwachten zult voldoen, volstaat een vriendelijk knikje ook.
Als je gaat zwemmen in de Japanse baden – ook wel onsen genoemd – moet je je eerst wassen voordat je het water in gaat. Als je dit niet doet, wordt het water als vervuild beschouwd - het is een soort equivalent van plassen in het zwembad. Gebruik ook een washandje om je privédelen zo goed mogelijk te bedekken bij het wassen.

11. India: geef een compliment met je lichaamIn India kun je alleen al met lichaamstaal een enorm compliment aan iemand geven. Als iemand naar je toe komt met zijn tong tussen zijn tanden en de lucht rondom je hoofd met zijn handen verzamelt, zodat het lijkt alsof hij het naar zijn persoonlijke ruimte probeert te trekken, betekent dat dat hij je ondraaglijk mooi of buitengewoon intelligent vindt.

12. Azië: let op je voeten en raak geen hoofden aan

In vrijwel heel Azië worden de voeten als onrein beschouwd. Doe je best om het aanraken van een onderdeel van iemands lichaam met je voet of schoenen te vermijden. Als het toch gebeurt, verontschuldig jezelf dan onmiddellijk door je hand op de arm van die persoon te leggen en vervolgens je eigen hoofd aan te raken. Met de zolen van je voeten naar iemand wijzen, wordt in Azië ook als beledigend gezien. Leg je voeten dus niet achteloos op stoelen of tafels als je zit en denk goed aan hoe je jezelf plaatst als je op de grond gaat zitten.
Ook kun je in Azië beter geen mensen op hun hoofd aanraken of door het haar woelen. Het hoofd wordt daar namelijk spiritueel gezien als het hoogste deel van het lichaam. Een variant op dit taboe is dat je ook niet mag zitten op kussens die bedoeld zijn als hoofdsteunen.

13. Latijns-Amerika: maak de grenzen van je persoonlijke ruimte kleiner
De grenzen van je persoonlijke ruimte zijn in elk land verschillend, maar in Latijns-Amerika zijn ze kleiner dan in de Angelsaksische landen. Schrik dus niet als iemand heel dichtbij komt staan als jullie aan het praten zijn en een terloopse aanraking van de arm of schouder tijdens het gesprek is ook niet ongewoon. Goede vrienden zullen elkaar doorgaans begroeten met een kus of knuffel en het is heel normaal als mensen van hetzelfde geslacht arm in arm over straat lopen.

14. Midden-Oosten: steek niet je duim op en gebruik altijd je rechterhandVoordat je je duim omhoog zwaait om aan te geven dat iets goed is of om een lift te krijgen wees dan gewaarschuwd dat je hier een grote fout mee kunt begaan. In sommige delen van het Midden-Oosten kun je dan net zo goed je middelvinger opsteken. Hetzelfde geldt voor Nigeriaen delen van Zuid-Amerika. Als je in een Duitse bar zit, kunnen ze denken dat je één drankje wilt bestellen. Dat is nog niet zo verschrikkelijk, tenzij je liever twee drankjes had willen hebben.
Als je aan het eten bent, is het in het Midden-Oosten geen probleem als je dat met je hand doet, zolang het maar de juiste is. De linkerhand wordt namelijk als onrein beschouwd, omdat die wordt gebruikt bij het toiletbezoek - om dus, grof gezegd, je kont mee af te vegen. Je aan deze gewoonte houden is vooral belangrijk bij gemeenschappelijke diners, waar veel handen in contact komen met het gedeelde voedsel, maar het is ook belangrijk bij het schudden van handen of het geven en ontvangen van geschenken.

15. Internationaal: blijf lachen

De ultieme beau geste is er één die in elk land op aarde wordt gebruikt. Hoewel het in sommige culturen onder bepaalde omstandigheden een negatieve bijbetekenis kan hebben, wordt het zelden verkeerd begrepen en kan het in vele situaties worden gebruikt. Het brengt een scala aan positieve emoties met zich mee en is als zodanig de grote bruggenbouwer tussen de volkeren in de wereld. Het betreft alleen de ogen en de mond en kost slechts een minimale inspanning, en is vooral nuttig in benarde situaties. Het is zo krachtig dat er endorfines in het lichaam vrijkomen die een gevoel van euforie genereren. Jawel, we hebben het hier over de alom bekende glimlach.

 

Lichaamstaal: Do’s and don’t bij solliciteren. Deel 2

Er valt hartstikke veel te vertellen over do's and dont's bij het solliciteren, de beste tips heb ik voor je op een rijtje gezet. Hierbij een vervolg op het eerste deel van 'Lichaamstaal: Do's and don't bij solliciteren. Deel 1.'

De eerste indruk wordt binnen een paar seconden gevormd. Hoe kun je deze positief beïnvloeden tijdens een sollicitatiegesprek?


Er is veel te zeggen over de do's en don'ts van een goede eerste indruk. Ik heb eerder ook al een aantal tips gegeven over hoe je je houding kunt verbeteren tijdens bepaalde (belangrijke) gesprekken. Veel managers beweren dat ze binnen negentig seconden al weten of ze iemand willen aannemen.


Een aantal tips:
  • Maak altijd oogcontact met degene waarmee je het gesprek hebt.
  • Geef geen slappe, maar een ferme handdruk. Niet TE!
  • Glimlach.
  • Speel niet te veel met je handen. Hierdoor kom je nerveus over.
  • Ga niet met je armen over elkaar zitten.


 Video: Do's and don't bij het solliciteren
 
Infographic

 

 

Lichaamstaal: Do’s and don’t bij solliciteren. Deel 1



 
Zes maanden geleden ging ik op sollicitatiegesprek. Een goed uitziende, welbespraakte vrouw kwam mij in de ontvangsthal ophalen, om mij vervolgens te interviewen tijdens het sollicitatiegesprek. Meestal kan ik mensen wel redelijk goed inschatten, lezen en pijlen, maar bij haar..geen pijl op te trekken. Ik wist niet wat me overkwam. Ik werd er nerveus en zenuwachtig van. Ik dacht dat ik onzin aan het uitkramen was, antwoordde erg onzeker op sommige vragen, viel vaak in de herhaling en dacht uiteindelijk, na het gesprek, dat ik niet aangenomen zou worden. Ik had me beter voor moeten bereiden. Stom, stom stom! Ik kon mezelf wel voor de kop schieten. Ze belde diezelfde avond nog terug om mij het nieuws te vertellen dat ik was aangenomen en dat ik twee dagen later kon starten. Fjuw, gelukkig! Ik was natuurlijk harstikke blij, maar aan de andere kant baalde ik toch nog van het gesprek dat we hadden gehad. De volgende keer toch wat beter voorbereiden. Dit was in ieder geval een goede les!

Onderstaande tips helpen je tijdens het sollicitatiegesprek, maar een goede voorbereiding is ook belangrijk! Zorg dat je weet wat voor bedrijf het is, wat jouw toegevoegde waarde zal zijn en waarom je geinteresseerd bent in deze functie.


Wél doen tijdens een sollicitatiegesprek.
  • Zet je telefoon uit - Dus níet op de trilstand, maar helemaal uit. De vliegtuigstand werkt ook prima!
  • Wees beleefd - Behandel iedereen die je tegenkomt correct, van het moment dat je aankomt totdat je weer weg gaat. Behandel mensen zoals je zelf behandeld wilt worden.
  • Stel je netjes voor - Geef een ietwat stevige handdruk, zonder overdreven hard te knijpen. Dit geeft zelfvertrouwen weer en laat niet een handdruk na, maar ook een indruk.
  • Zit rechtop - Neem een actieve houding aan: rechtop, met ontspannen schouders.
  • Ontspan je lichaam - Blijf rustig tijdens het gesprek, probeer te ontspannen.
  • Praat rustig en duidelijk - Zorg ook voor wat rustmomenten bij het beantwoorden van vragen. Dit geeft je gesprekspartners de tijd om je antwoord te verwerken. Bovendien zal het jou tijd geven om na te denken en te anticiperen op het vervolg van het gesprek.
  • Maak oogcontact - Heb je je sollicitatiegesprek met meerdere personen? Wissel dan het contact af. Leg met alle personen oogcontact.
  • Let op je lichaamstaal - Je doet al snel je armen over elkaar bij een vraag waar je je ongemakkelijk over voelt. Dat staat defensief. Blijf ontspannen en professioneel.
  • Zeg bedankt - Bedank je gesprekspartners aan het einde van het gesprek voor hun tijd.


Niet doen tijdens een sollicitatiegesprek.
  • Logisch natuurlijk: kom niet te laat - Mocht je vertraagd zijn, probeer dit dan op z’n minst even te laten weten. Lukt dit niet? Leg de schuld dan niet bij anderen. Bied netjes je excuses aan, zeg dat je het vervelend vindt en bedank de ander voor het wachten.
  • Ga niet als eerste zitten - Tenzij je gesprekspartner je uitnodigt om plaats te nemen.
  • Wees niet negatief - Kraak je vorige werkgever en collega’s niet af. Door anderen naar beneden te halen, kom jij niet sterker over. In tegendeel. Je haalt jezelf alleen maar meer naar beneden.
  • Wees niet arrogant - Tips voor verbetering kun je geven, maar doe dat zonder je negatief uit te laten over het werk van misschien wel je gesprekspartner.
  • Onderbreek de ander niet - Laat hem of haar uitpraten voor je antwoord geeft. Luister ook goed naar de ander zodat je eventueel delen van zijn/haar vraag kunt herhalen.
  • Begin niet met tutoyeren - Spreek je gesprekspartner aan met ‘u’, tenzij hij of zij anders aangeeft.
  • Kauw geen kauwgom - Een frisse adem is natuurlijk uitstekend, maar doe je kauwgom in de prullenbak voordat je het gebouw binnen gaat.


 

Lichaamstaal; bij het presenteren.

Presenteren, jezelf verkopen en hetgeen waar de presentatie over gaat. Presenteren is iets wat iedereen kan leren, het is alleen niet iets wat iedereen graag doet. Sommigen zijn geboren om te presenteren, anderen vinden het een erg lastige klus. Ikzelf vind presenteren ook erg lastig. Een aantal jaren geleden moest ik presenteren voor een redelijk grote groep, met een camera op mijn snuffert gericht. Mijn hart bonkte zowat uit mijn borstkas, ik had het gevoel dat ik vuurrood was, dat ik enorm snel praatte en er als een stijve hark bij stond. Ik dacht dat ik enorm had gefaald. De camera liet het tegenovergestelde zien, tot mijn grote verbazing. Ik was niet rood aangelopen, ik praatte rustig en ik gebruikte veel gebaren en lichaamsbewegingen.

Een presentatie gaat niet alleen om de woorden en de inhoud, maar ook om de manier waarop je het overbrengt naar je publiek. Een goed ‘overall’ plaatje van de presentatie zorgt ervoor dat de presentatie ook daadwerkelijk bij het publiek blijft hangen.

Als de presentatie op een eentonige manier wordt gegeven, zakt de concentratie van het publiek erg naar beneden. Ook verkrampte houdingen en onrustige bewegingen van een spreker, kunnen de concentratie van de luisteraar afleiden. Kennis van lichaamstaal helpt bij het neerzetten van een goede presentatie.




Non-verbale communicatie

Bij een presentatie die goed is voorbereid, zal de lichaamstaal tijdens de presentatie ook de belangstelling voor het onderwerp doen vergroten. Zeker wanneer je met je presentatie het publiek wilt overtuigen. De manier van presenteren is hierbij zeer bepalend voor de manier waarop de inhoud overkomt op het publiek.
Door gebaren, lichaamsexpressie, gelaatsuitdrukking en toonhoogte geeft, ondersteunt of bekritiseert een spreker voortdurend hetgeen hij zegt. Bewust toegepaste pauzes behoren ook tot het non-verbale deel van het verhaal.

Contact en interactie

Tijdens een presentatie is het allereerst belangrijk om contact te maken met je publiek en met hen te interacteren. Dat betekent dat je niet alleen iets voordraagt, maar dat je werkelijk met je publiek communiceert. Je wisselt dus iets uit in plaats van dat je hen passief laat luisteren. Deze interactie kun je sturen door de keuze van plaats, het aannemen van een passende houding, een juiste afstemming van je bewegingen, een variërend stemvolume en een goede timing van aankijken en wegkijken. Expressieve mimiek en ondersteunende gebaren bevorderen het contact met de groep en verhogen de levendigheid van het verhaal.

Het gebruik van ruimte

Bij een grotere groep kun je beter vanuit een hogere positie spreken. Overigens is staan voor een grote groep altijd te prefereren boven zitten. Als je staat ben je goed te zien en het geeft je goede mogelijkheid tot bewegen en veranderen van positie. Een zittende spreker heeft sneller een slapend gehoor, want hij doet afstand van vrijwel alle mogelijkheden van inspirerende dynamiek.

Vermijd barricades!

Veel mensen verkiezen een tafel voor zich, omdat dit hen steun geeft. Je kunt tenslotte je handen ergens laten; je kunt iets vastpakken als ze gaan trillen. Vrije ruimte daarentegen duidt op openheid (eerlijkheid), dat is al een voordeel. Verder kun je in een vrije ruimte beter gebruik maken van gebaren en kun je makkelijker van plaats veranderen. Dit houdt de presentatie qua lichaamsbeweging levendiger.

Ondersteunende gebaren

Het is goed om tijdens je presentatie veel gebruik te maken van ondersteunende gebaren. Let er wel op welke gebaren je maakt. Het is bijvoorbeeld erg goed om je zinnen te ondersteunen met naar voren gerichte open handpalmen. Dit geeft eerlijkheid en oprechtheid weer. Een in de richting van het publiek prikkende wijsvinger daarentegen wordt vaak gevoeld als een beschuldiging (het beschuldigende vingertje).

Gebaren aanpassen aan de afstand

Bij het toespreken van een grote groep moeten je gebaren en bewegingen worden aangepast aan de grotere afstand. Je gebaren moeten nu groter en krachtiger worden gemaakt. Het maken van kleine handbewegingen moet je hier zien als fluisteren. Mensen die verder van je verwijderd zijn, kunnen ze niet goed waarnemen. Houd er rekening mee dat ook het effect van je mimiek wegvalt. Je zult dus meer ondersteunende armbewegingen moeten maken. Het is even wennen om zoveel gebaren te maken tijdens het toespreken van een groep. Het voelt wat onecht. Je kunt echter bij een grote groep nauwelijks te veel gebaren maken.

Intonatie

Je stem is ook een belangrijk non-verbaal hulpmiddel tijdens de presentatie. Je kunt er niet alleen de woorden mee uitspreken, maar met behulp van intonatie kun je accent en levendigheid in je verhaal brengen. Zorg bij het toespreken van een grote groep voor een microfoon. Dit bevordert niet alleen de verstaanbaarheid, maar geeft je ook de mogelijkheid om optimaal gebruik te maken van je intonatie. Zonder microfoon klinken de zinnen die met groot volume worden uitgesproken allemaal gelijk. Het is juist de afwisseling van volume en toonhoogte die de presentatie levendig houdt. Je kunt er iets mee accentueren of mee afzwakken. Met een microfoon kun je zelfs fluisteren over grote afstand en dit kan soms heel nuttig zijn in het spel om de menigte te bereiken en om de aandacht vast te houden.

Oogcontact

Tijdens een gesprek met iemand is oogcontact erg belangrijk. Het patroon van aankijken en wegkijken regelt onder andere het verloop van het gesprek. Bij spreken in het openbaar is het eigenlijk niet veel anders, alleen richt je je tot een grotere groep. Door oogcontact te maken met de toehoorders, kun je een indruk krijgen van hoe je over komt. Het is goed om regelmatig je blik te verplaatsen naar een andere persoon, bij voorkeur iemand die aan een andere kant van de groep zit. Als iemand een vraag stelt, richt je doorgaans eerst je blik op de vraagsteller, terwijl je begint met antwoorden. Vervolgens richt je je blik naar anderen en je beëindigt je antwoord weer met een blik naar de vraagsteller. Vanaf een afstand van zo'n acht meter is oogcontact niet meer echt goed mogelijk. Richt je daarom bij je interactie vooral op de voorste rijen. Werp wel af en toe een blik naar boven (achteren) om ook de achterste mensen te betrekken. Op grote afstand weten de mensen niet precies meer naar wie je kijkt. Als je echter hun richting opkijkt, voelt iedereen zich aangesproken.




Houding en bewegingen

Tijdens het houden van een presentatie zijn de houding die je aanneemt en de bewegingen die je maakt, erg belangrijk. Veel mensen die een presentaite moeten houden, vragen zich vooral af waar ze hun handen moeten laten. Aan hun handen is het eerst hun gespannenheid te zien en daarom worden de handen eerder als een last ervaren dan als een handig hulpmiddel.

Wat doet de spreker met zijn handen?

Het veel en onrustig bewegen van de handen geeft niet alleen de gespannenheid van de spreker weer, maar kan de luisteraars afleiden van het verhaal. Nerveuze gebaren zoals krabben aan je armen of aan je gezicht, draaien aan een ring, strijken over je haren en friemelen aan je kleding kun je dus maar beter niet maken tijdens het spreken. Let er ook op wat je met voorwerpen doet die je in je hand houdt. Er zijn mensen die steeds hun bril op en af zetten, of voortdurend de pootjes van de bril open en dicht vouwen. Dit soort bewegingen kunnen de luisteraars erg afleiden. Ook het klikken met het knopje van een pen of het voortdurend lostrekken en terugplaatsen van een viltstiftdopje kun je maar beter laten.

Statische houdingen

Veel sprekers in het openbaar vrezen de zenuwachtige bewegingen, die onze handen spontaan lijken te maken. Om handen beter onder controle te houden, zijn we daarom eerder geneigd om ze onbeweeglijk te fixeren. Om de handen stil te kunnen houden, zoeken we steun. Als onze handen geen tafel of ander voorwerp vinden waaraan ze zich kunnen vasthouden, zoeken ze elkaar. Hierdoor ontstaan de statische, vaak gesloten houdingen die we soms bij sprekers zien. De houding die je aanneemt geeft de luisteraars een indruk van hoe je zelf in het verhaal staat. Hier volgen enkele voorbeelden van de houdingen die we aannemen tijdens een voordracht.

De armen over elkaar

Gekruiste ledematen duiden in de meeste situaties op geslotenheid. Zo ook het over elkaar slaan van de armen tijdens een presentatie. Luisteraars die automatisch deze houding spiegelen zullen hierdoor ook minder open staan voor het verhaal.

Handen in de zak

Sprekers die hun handen in hun broekzak houden tijdens hun presentatie kunnen hierdoor nonchalant, ongeïnteresseerd, onverschillig, slordig of dominant over komen. Dit betekent niet dat de spreker dat ook is, maar het geeft wel aan hoe deze houding door anderen wordt ervaren. Vrouwen hebben het voordeel dat ze meestal niet in het bezit zijn van wijde broekzakken en komen dus niet zo snel in de verleiding om deze houding aan te nemen. Overigens is dit ook geen houding die veel door vrouwen wordt aangenomen. Een enkele hand in een zak, bijvoorbeeld van het kolbert, is wel acceptabel wanneer de andere hand actief wordt gebruikt voor het maken van ondersteunende gebaren.

De handen op de heupen

Vooral als de spreker daarbij wat naar voren leunt, kan de houding met beide handen op de heupen uitdagend, eigenwijs of zelfs agressief over komen. Het geeft een indruk van: 'ik weet het wel!'. Het publiek zal zich hierdoor eerder in de verdediging opstellen. Het is dan ook lastig om iemand vanuit deze houding te overtuigen of beïnvloeden. Je kunt deze houding wel gebruiken om een bepaald deel uit het verhaal te benadrukken. In dat geval zal deze houding kortdurend moeten worden aangenomen. Evenals bij de handen in de zak, is een enkele hand op de heup wel acceptabel omdat de andere hand vrij is om iets aan te duiden of te accentueren. De asymmetrische houding die dan ontstaat, duidt op ontspanning. Een hand op de heup of in de zak heeft dus een heel ander effect dan beide handen. Het is ook goed om de houdingen tijdens de presentatie af te wisselen.

'Het vijgeblad'

Veel sprekers, zowel mannen als vrouwen, grijpen hun eigen handen in elkaar en houden die voor zich, op dezelfde manier en plaats als voetballers hun handen houden als bescherming tegen een hard aangeschoten bal. Adam en Eva droegen op die plaats een vijgeblad ter bescherming van hun edele delen. Vandaar deze naam die door verschillende schrijvers over lichaamstaal voor deze houding wordt gebruikt. Om in de religieuze sfeer te blijven, strengelen sommige mensen hun vingers in elkaar, alsof ze in gebed zijn. Sprekers die deze houdingen aannemen, komen erg stijf en gereserveerd over. Deze houdingen nodigen ook weinig uit tot het maken van ondersteunende gebaren.

'Rugdekking'

De handen kunnen elkaar ook op de rug vasthouden. Hierbij kan men ook een erg geremde indruk maken. Dit 'omgekeerde vijgeblad' kan de spreker ook een soort heersersallure verschaffen, zeker als hij daarbij zijn kin omhoog steekt.

De handen langs het lichaam

De handen kunnen natuurlijk ook gewoon langs het lichaam worden gehouden. Veel mensen vrezen dat ze er als een houten klaas uitzien als ze hun handen langs hun lichaam houden, en vermijden daarom liever deze houding. Toch is deze houding in de meeste gevallen te verkiezen boven alle andere. Deze houding nodigt het meest uit tot het maken van ondersteunende handbewegingen en dit maakt de presentatie dynamisch. Het houten-klaas-effect kan ook worden verminderd door de rest van je houding: het hoofd opgericht en de schouders naar achteren.

Wat doen je voeten?

Wat je voeten doen tijdens de presentatie lijkt misschien van minder belang te zijn. Als we ons bewust bezighouden met het controleren van onze houding en bewegingen, worden onze voeten vaak vergeten. Toch kun je aan de stand en de bewegingen van de voeten soms nog meer aflezen dan aan het gezicht of aan de rest van het lichaam. De steun die mensen met hun handen zoeken, om zich stevig te voelen, zouden ze beter met hun voeten kunnen zoeken. Met je voeten bepaal je namelijk (bijna letterlijk) de stevigheid en stabiliteit van je voordracht. Dezelfde mensen die hun handen ineenstrengelen om steun te zoeken, staan soms maar op een enkele voet terwijl van de andere voet alleen de teenspitsen op de grond rusten. Of ze staan met de voeten zo dicht bij elkaar, dat dit ook weinig stabiel is. Het kruisen van de enkels, wat overigens meer door vrouwen wordt gedaan dan door mannen, duidt op onzekerheid en geslotenheid. Het geeft stevigheid als de voeten iets uit elkaar staan en het gewicht gelijk verdeeld is over beide benen. Iemand die zo staat komt ook overtuigend en zeker van zichzelf over. Hoewel veel mensen het gewend zijn om regelmatig hun gewicht van het ene been op het andere plaatsen, om vermoeidheid te voorkomen, hebben mensen met staande beroepen (zoals kappers) de ervaring, dat gelijke gewichtsverdeling over beide voeten op de lange duur de minste vermoeidheid geeft. Door deze houding aan te wennen voorkom je ook het zenuwachtig overkomende heen en weer wippen. Het naast elkaar plaatsen van de voeten biedt ook mogelijkheid om even door je knieïn te gaan of op de tenen te staan. Deze verandering in hoogte tijdens het spreken, beïnvloedt ook de stemmelodie, waardoor het verhaal veel enthousiaster over komt.

Wanneer je iets uitlegt aan de hand van een flip-over of schrijfbord, is het makkelijk om een voet dwars achter de ander te zetten. De achterste voet wijst dan in de richting van het schrijfbord en de voorste voet blijft naar je publiek wijzen. Hierdoor blijf je de aandacht op de toehoorders richten en word je niet verleid om hen je rug toe te draaien.

Gebruik van visuele hulpmiddelen

Bij de voorbereiding van je presentatie is het ook belangrijk om te kijken naar de hulpmiddelen die je zult gebruiken. Het is slim om je boodschap via de verschillende zintuigen van de toehoorders te laten binnenkomen. Probeer tijdens de voordracht zowel iets te laten zien als te laten horen. Beter nog is het als je ook iets kunt laten voelen, hoewel dat niet altijd even praktisch is. Onderzoek heeft uitgewezen dat een boodschap het best blijft hangen als deze via verschillende kanalen binnen komt. Tijdens een voordracht wordt daarom vaak gebruik gemaakt van een flip-over, een overhead-projector, een presentatie-programma of dia's. Als de groep niet te groot is, heeft een flip-over de voorkeur. Allereerst biedt een flip-over een uitstekend geldige reden om de groep staande toe te spreken. Verder biedt het, daarbij horende, vasthouden van een viltstift een nuttige verlenging van de hand. Als je namelijk met je wijsvinger iemand uit het publiek aanwijst, terwijl je in je presentatie terugverwijst naar iets dat deze persoon zojuist gevraagd heeft, kan dit als verwijtend overkomen. Als kind is ons al geleerd dat wijzen naar andere mensen niet zo netjes is, en blijkbaar zit dit ingebakken. In dezelfde situatie wijzen met een viltstift heeft een heel ander, niet negatief effect. Met de viltstift kun je ook op de flip-over iets aanwijzen of onderstrepen.

Andere voordelen van de flip-over

Het gebruik van de flip-over maakt je ook bewegelijk op een goede manier. Je plaats naast de flip-over vormt dan je basis. Van daaruit kun je op je publiek toelopen, bijvoorbeeld om een vraag aan te horen en weer terug te keren. Het effect dat je met deze beweging teweegbrengt is te vergelijken met het inzoemen van een camera. Dit komt heel anders over dan het onrustige effect van een spreker die voortdurend heen en weer loopt (te ijsberen).

Bij het gebruik van een schrijfbord of flip-over is het belangrijk om te kijken waar en hoe je staat ten opzichte van het bord. Je moet voorkomen dat je met je rug naar de toehoorders komt te staan. Zoals eerder genoemd kan je voetpositie hierbij behulpzaam zijn. Als je een voet dwars achter de ander te zet waarbij de achterste voet in de richting van het schrijfbord wijst en de voorste voet naar je publiek is de verleiding om hen de rug toe te draaien klein. Maak ook een goede keuze aan welke kant van het bord je gaat staan. Als je rechtshandig bent, is het goed om ook aan de (voor de kijkers) rechter kant van het bord te gaan staan. Als je dan iets schrijft of aanwijst met je rechter hand, hoef je dit niet voorlangs te doen en blijf je vanzelf met je gezicht richting publiek. Het helpt om af en toe met de hand waar je niet mee wijst een ondersteunend gebaar te maken. De wijzende hand is dan schuin omhoog gericht en de andere hand is open, schuin naar beneden i de richting van het publiek. Je hebt dan een hand die iets aanduidt en een hand die iets uitlegt.

Let op non-verbale feedback!

Behalve aandacht te besteden aan je eigen lichaamstaal tijdens de voordracht, is het belangrijk te letten op de lichaamstaal van je toehoorders. Aan de manier waarop ze zitten, kijken en bewegen, kun je een indruk krijgen van hoe jouw verhaal bij hen over komt. Zit het publiek onderuit of op het puntje van de stoel? Hebben ze een open houding of zitten ze stijf met hun armen over elkaar? Een belangrijke graadmeter is ook of hun houding verandert gedurende jouw presentatie. Zitten ze stil of maken ze rusteloze bewegingen? Waar is hun blik op gericht? Op jou, op de vloer of op de binnenkant van hun oogleden? Bewustzijn van de lichaamstaal van je publiek geeft je de mogelijkheid om je presentatie te sturen. Zo kun je bijvoorbeeld door wisseling in stemvolume of door het maken van een humoristische opmerking over hun houding de induttende mensen er weer bij halen. Wanneer je een actieve deelname van mensen verwacht is het ook belangrijk op de lichaamstaal van de toehoorders te letten omdat dit je de mogelijkheid geeft om de interacties te sturen. Zo kun je bijvoorbeeld zien wie er op het punt staat om te reageren en daar direct op inspelen. Iemand die wat wil zeggen, richt zich wat naar voren en strekt zijn rug. Ook haalt hij diep adem alvorens hij wat zegt. Voordat hij wat heeft uitgebracht kun je op hem reageren. Bijvoorbeeld door hem even te stoppen met een voorwaarts gestrekte hand (met handpalm naar beneden) als je zelf nog wilt uitspreken, of door hem uit te nodigen met geopende handpalm.

TIPS voor de volgende presentatie:


Lichaamstaal; Blunders.

Zoals ik al eerder heb omschreven, is de eerste indruk al binnen enkele seconden gemaakt. Je lichaamstaal spreekt boekdelen. Fouten maken is menselijk en ook ik heb met regelmaat onderstaande 15 blunders ondergaan. Dus heb je binnenkort een sollicitatiegesprek, ga je op een eerste date of iets anders waar je wellicht je voordeel met lichaamstaal uit kan halen? Zorg dan dat je onderstaande blunders voorkomt!


De vijftien meest gemaakte ‘taalfouten’ op een rij:

1. Te ver achterover leunen — Maakt een luie en arrogante indruk.

2. Te ver naar voren leunen — Kan agressief overkomen. Probeer een neutrale houding aan te nemen.

3. Te snel het oogcontact verbreken — Kan overkomen als onbetrouwbaar of nerveus. Probeer het oogcontact altijd wat langer vast te houden en vooral bij de eerste handdruk.

4. Veel knikken — Leidt af en irriteert. Ook al ben je het met iemand eens, probeer dit niet als een wiebelend dashboard hondje te bevestigen.

5. Met je vingers op tafel tikken — Wekt een agressieve indruk.

6. Met je armen over elkaar staan of zitten — Komt defensief over, vooral bij het beantwoorden van vragen. Houd je armen zo losjes mogelijk langs je lichaam.

7. Plukken en frunniken — Aan je ring, je handen, je haar, je neus, het maakt niet uit, frunniken maakt een zeer nerveuse indruk.

8. Je handen achter je rug of strak in je broekzak — Kan stijfjes overkomen. Laat je armen op natuurlijk wijze losjes langs je lichaam hangen.

9. Tijdens het gesprek veel wegkijken of om je heen kijken — Dit is hét teken dat iemand zit te liegen. Vermijd deze houding koste wat kost en behoud het oogcontact.

10. Staren —Dit laatste komt vooral agressief over in een gesprek. Probeer de subtiele grens tussen oogcontact en staren te vinden en blijf vooral aan de goede kant.

11. Niet lachen — Geef mensen vooral niet het gevoel dat je het niet naar je zin hebt. Af en toe een gulle glimlach (vooral bij de eerste kennismaking) stelt mensen op hen gemak.

12. Naar achteren stappen wanneer je om een beslissing vraagt — Onthult angst en onzekerheid. Hou voet aan de grond en doe zo nodig zelfs een klein stapje naar voren.

13. Je vingers verstrengelen of je handpalmen naar boven houden – In beide gevallen geeft dit het gevoel alsof je zit te bedelen en kom je dus zwak over.

14. Met je handen in je zij staan – Dit is een agressieve houding, alsof je jezelf groter wilt maken dan je bent.

15. Op je telefoon of horloge kijken — Wekt de indruk dat je ergens anders wilt of moet zijn én is bovendien erg onbeleefd.

Ben jij er klaar voor? Ik wel!

zaterdag 2 april 2016

Lichaamstaal; Poker Tells

Bluft hij of bluft hij niet?

Poker, een populair kaartspel dat uitgegroeid is tot een sport waar veel geld mee te verdienen valt. In deze blog ga ik niet direct in op het pokeren zelf, maar je raadt het al, op de lichaamstaal tijdens het pokeren. De zogenaamde ‘tells’ wordt het ook wel genoemd. Je hebt bewuste tells en onbewuste tells. Ben je een beetje bekend in de wereld van live pokeren? Dan weet je vast wel wat hiermee bedoelt wordt en hoe jij ze al eerder (onbewust) hebt toegepast of gezien hebt bij anderen.

Tells kunnen dus bewuste of onbewuste signalen zijn waarbij je bijvoorbeeld aan een bepaalde ‘tik’ of manier van kijken kunt zien wat voor hand de tegenstander heeft. Voor degene die niet bekend zijn met pokeren. Een ‘hand’ zijn de kaarten die je speelt. Pokeren is niet alleen een kansspel, het is ook tactisch spelen waarbij je goed op de tegenstanders moet letten. Het is niet voor niks dat professionele pokeraars er zo lang over doen om een hand te ‘callen’ of ‘folden’. “Call” is meegaan met de hand die je hebt en “fold” betekend dat je je hand, de kaarten, wegdoet.

Hieronder noem ik de veel voorkomende tells voor je op een rijtje van pokerstrategy.com:

ONBEWUSTE TELLS:

De eerste indruk Hoe iemand zich kleedt en gedraagt, verraadt al veel over hem. Is je tegenstander een drukke branieschopper of een stil muurbloempje? Dat kan een eerste aanwijzing voor zijn speelwijze zijn.
Let ook op de manier waarop iemand zijn chips opstapelt. Zijn ze netjes geordend, dan is het vaak een behoudende speler, die geen gekke dingen doet. Liggen de chips door elkaar, dan is het vaak een speler die het risico niet schuwt.

De lichaamshouding
Vrij veel spelers verraden door hun lichaamshouding ongewild de sterkte van hun hand. Een onbewuste verandering in de zitpositie, zoals stram voorovergebogen, is vaak een aanwijzing voor een sterke hand. Bij een zwakkere hand zie je vaak minder lichaamsspanning, bijvoorbeeld te zien aan hangende schouders.

Nervositeit
Veel mensen denken dat overduidelijke nervositeit een teken is van een zwakke hand. Als de nervositeit echter niet gespeeld is, dan is vaak het tegengestelde het geval.
Natuurlijke nervositeit is moeilijk na te doen. Dat komt meestal als overdreven over en je kunt goed herkennen wanneer iemand werkelijk zenuwachtig is.
Maakt een tegenstander in een kritieke spelsituatie een nerveuze indruk, dan is dat vaak een indicatie voor een sterke hand.

Vlakke ademhaling
Een zeer betekenisvolle tell is de ademhaling van een speler. Een verandering in ademhaling is zelden opzettelijk. Hoe dichter bij je iemand zit, hoe beter je deze tell kunt gebruiken. Een oppervlakkige ademhaling of een poging om luidruchtig ademhalen te voorkomen, is een teken voor een zwakke hand.

De callreflex
Bluffers zullen alles proberen om zo normaal mogelijk over te komen. De reden hiervoor is de zogeheten "callreflex".
Vooral onervaren spelers vertonen dit gedragspatroon. Ze willen graag de showdown zien en zoeken bij hun tegenstanders naar aanwijzingen, die ze achteraf als excuus kunnen gebruiken.
Vrijwel alle bluffers gedragen zich daarom instinctief rustig en zo onopvallend mogelijk.

De hand voor de mond
Als iemand zijn hand voor zijn mond houdt, heeft hij meestal een zwakke hand. Hij wil zijn emoties verbergen. Eigenlijk wil hij zijn leugen, die in zijn gezicht te lezen is, niet prijsgeven.
Dit zelfde geldt voor een speler die jou niet aan wil kijken: hij is bang dat zijn ogen hem kunnen verraden.

 De korte blik op de chips
Waarschijnlijk is dit de waardevolste onbewuste tell. Werpt een speler een korte blik op zijn chips en kijkt hij direct weer weg, dan wil hij inzetten. Een variant is de snelle blik op de chips van de tegenstander, wat precies hetzelfde betekent. Belangrijk is wel dat hij zich niet bekeken voelt.


De tweede blik in de kaarten
Vooral bij beginners is dit een betrouwbare tell. We hebben het hier over een onbewuste, korte blik in de eigen kaarten. Wanneer bijvoorbeeld de flop uit drie hartenkaarten bestaat en je onervaren tegenstander zijn hand nog een keer bekijkt, dan heeft hij vrijwel zeker geen flush.
Want beginners onthouden van hun hand (offsuit) niet de kleuren. Alleen bij suited hand onthouden ze de kaartkleur. Daarom kun je er in het voorbeeld vanuit gaan dat je tegenstander hoogstens één harten heeft.

Wanneer iemand aardig is
Als je tegenstander aardig tegen je is, nadat hij een inzet gedaan heeft, dan bluft hij waarschijnlijk. Hij wil geen persoonlijke confrontatie met je aangaan en heeft liever dat je je op de hand concentreert.
Anders is het als een vriendelijke speler plotseling onaardig doet. Hier geldt precies het tegenovergestelde, hij wil waarschijnlijk gecalld worden.
Een andere tell is de grijns. Iemand die probeert serieus te kijken en dan onvrijwillig moet lachen, heeft met zekerheid een monsterhand. Een speler met een natuurlijke lach heeft eerder een goede hand, dan iemand die geforceerd lacht.


De kaarten beschermen
Veel spelers beschermen hun goede starthand, zoals ze ook een schat zouden verhullen. Ze kijken kort, verstoppen hun kaarten snel en houden hun handen er beschermend overheen.

Iemand toont zijn kaarten
Onervaren spelers laten vaak gedurende een hand aan vrienden of een meespelende partner hun kaarten zien. Vrijwel altijd hebben ze dan een goede hand.
Daar zijn twee redenen voor: ten eerste wil de speler laten zien dat hij een goede speler is. Dat kan hij alleen met een legitieme hand, waarschijnlijk een made hand, wat ook door een onervaren iemand als zodanig herkend zal worden. Ten tweede zou iemand die de hand te zien krijgt een bluf kunnen verraden.

De snelle inzet
Wanneer iemand zijn hand bekijkt en direct inzet, dan is dat vooral bij onervaren spelers een teken voor eerlijk spel. De meeste mensen nemen voor het maken van een bluf wat tijd, want de handeling moet natuurlijk doordacht overkomen. Bovendien willen ze iedere actie die opvalt, vermijden, om geen wantrouwen te wekken.


De greep naar het glas
Vaak zullen tegenstanders, wanneer ze zich in een extreme situatie bevinden, zoals bijvoorbeeld bij het maken van een bluff of wanneer ze een monster hebben, daarna hun (bier-)glas pakken. Het moet er gewoontjes uitzien, maar juist dat moet jou opvallen.
Ook in de manier waarop veel mensen sigaretten roken, kun je aanwijzingen vinden over de sterkte van hun hand. Het uitblazen van een grote rookwolk duidt eerder op een sterke hand en je call maakt hem niet uit. Wanneer hij echter onopvallend uitademt, bluft hij vaker. Deze tell is erg vaag en moet indien mogelijk alleen in combinatie met andere tells gebruikt worden.

Hoe iemand inzet
Hoe iemand zijn chips inzet, kan eveneens iets over zijn hand verraden. Heeft hij een sterke hand en wil hij zijn tegenstander tot een call verleiden, dan zal hij er geen groot spektakel van maken. Hij wil niemand afschrikken, en hij zal ofwel niets zeggen of alleen de waarde van zijn chips terloops noemen.
Een speler met een zwakke hand gedraagt zich anders. Vaak zal hij zijn inzet optimistisch of autoritair luid aankondigen. Is dit gedrag eigenlijk niet onlogisch, want proberen bluffers niet juist om voor geen goud op te vallen? Toch is dat gedrag begrijpelijk, want zolang hij voor dat moment de controle over de hand heeft, probeert hij de tegenstander uit de hand te verjagen, door hem te intimideren. Pas daarna zal hij proberen niet op te vallen.
Een ander signaal is het overdrijven van het inzetten van de chips. Iemand die zijn chips met nadruk in de richting van zijn tegenstander duwt, misschien zelfs gooit, wil hem waarschijnlijk intimideren. Goede indicaties zijn een gestrekte onderarm en het overdreven uitstrekken van de vingers.



BEWUSTE TELLS:

De gespeelde zwakte
Gespeelde zwakte kan zich uiten in zuchten, schouders ophalen, peinzen, alle mogelijke tekenen van desinteresse. Spelers die zich voordoen als zwak, hebben een sterke hand. Ze willen hun tegenstander via misleiding aansporen tot een call of zelfs een verhoging.
Iemand die gedurende de hand bewust wegkijkt, is meestal gevaarlijk. Hij doet alsof de hand hem niet interesseert, om zo een actie van de tegenstander te provoceren. Vaak gebeurt dit op het moment dat de flop gedeeld wordt. Een korte blik op de flop en dan een snelle blik naar opzij zijn hét teken van sterkte.
Je komt deze tell in verschillende vormen tegen, waarbij onervaren spelers eerder geneigd zijn te overdrijven. Op dezelfde manier gedragen de spelers zich die niet aan de beurt zijn, en doen alsof ze hun hand weg willen leggen.
De meeste spelers nemen hun beslissing binnen enkele seconden. Peinst iemand langdurig, om uiteindelijk een grote verhoging te maken, dan wil hij doen voorkomen alsof het een ontzettend moeilijke beslissing was. Normaliter kun je dan uitgaan van een heel goede of zelfs een monster hand.

De gespeelde sterkte
Als je de tells van de gespeelde zwakte goed benut, kun je voorkomen dat je veel geld verliest. Duidelijk profitabeler, maar ook riskanter, is het ontmaskeren van gespeelde sterkte.
Met de juiste tell en een moedige call kun je vaak handen winnen, die je anders nooit gespeeld zou hebben.
Anders dan spelers met sterke handen, die je willen aansporen om chips in het midden te leggen, proberen spelers met zwakke handen dat juist te vermijden. Dit zijn de beste signalen:

Met chips dreigen
Als iemand z'n chips grijpt, terwijl zijn tegenstander aan de beurt is, dan is dat vaak een poging tot intimidatie. Maar als iemand de hele tijd met zijn chips speelt en plotseling zijn handen van de chips laat, als hij aan de beurt is, dan is dat een teken van echte sterkte

Strak aankijken
Spelers die met een priemende blik op hun tegenstander neerkijken, zijn meestal niet erg gevaarlijk. Het signaal "Ik let goed op je, dus bedenk goed wat je gaat doen" is vaak een teken van zwakte.

De langdurige blik in de kaarten
Bekijkt een tegenstander erg lang zijn kaarten of het board, dan heeft hij in de meeste gevallen een zwakke hand. Neemt hij de tijd en zet hij dan in, dan is hij meestal aan het bluffen.
Een sterke tell is het nogmaals bekijken van de starthand nadat een tegenstander ingezet heeft, en jij in je stack grijpt. Je kunt dan uitgaan van een bluf.

Voorbarig de pot pakken
Spelers met een zeer sterke hand hopen en wachten tot op het allerlaatste moment dat hun tegenstander meegaat. Willen ze de hand voorbarig beëindigen, bijvoorbeeld door uitspraken als: "Ik laat ook mijn hand zien.", of door de pot in het midden te claimen, dan is dat duidelijk als een teken van zwakte te interpreteren.
Herken je je eigen tells? Met deze bewuste- en onbewuste tells kan jij je tegenstander nu als het goed is beter inschatten op wanneer hij bluft of niet bluft. En let ook eens op hoe jij je tells gebruikt. Wellicht moet je een nieuwe strategie toepassen omdat je blufs niet werken? Of juist lekker doorgaan waar je mee bezig bent, omdat jij je tegenstanders helemaal kaal plukt. Een potje pokeren zal het je leren!